In deze derde aflevering gaat mr. Caroline Vonhoff in op de vraag: ‘Wie is de baas in dit land? U of de overheid?’
Uw relatie met de overheid wordt bepaald door het mandaat. In die relatie is de mandaatgever de baas. Aangezien de overheid haar bevoegdheid ontleent aan het mandaat dat u verleent, bent u dus de baas.
Als u zich dat realiseert dan wordt ook duidelijk dat het mandaat dat u verleent natuurlijk beperkt wordt door wat u mag. U kunt immers geen mandaat geven voor zaken die u zelf niet mag. Dit betekent dat de overheid dus niets mag doen, dat u ook niet mag.
Om te weten wat u mag verwijzen we u naar aflevering 2, de vier uitgangspunten van het recht. Als u eenmaal goed weet waar u zich aan te houden heeft, dan weet u ook waar de overheid zich aan te houden heeft.
Gaat de overheid toch buiten haar mandaat dan raden we u allereerst aan om de overheid te laten weten dat u het niet eens bent, want wie zwijgt stemt toe.
‘Nee’ zeggen kan op de site ikdeburger.nl. U verandert daarmee uw relatie met de overheid en kan niet langer verantwoordelijk worden gesteld voor wat er gebeurt.
En, niet onbelangrijk, hoe meer mensen ‘Nee’ zeggen, hoe duidelijker het wordt welke mensen of instantie dan wel verantwoordelijk zijn.
Wanneer je ons rechtssysteem benadert vanuit een principieel logisch perspectief dan doemen er vier principes op; vier grondbeginselen die ons juridische bouwwerk ondersteunen en waar elke rechtsregel naar toe terug te leiden is.
Deze grondbeginselen bieden niet genoeg houvast om uw gelijk te halen bij de rechter, daar heeft u meestal juridische bijstand voor nodig, maar ze geven wel stevige aanknopingspunten om te bepalen of een overheidsmaatregel binnen ons rechtssysteem past en of u er al dan niet stilzwijgend toestemming voor geeft en aan wil meewerken.
In de kort film behandelen we deze Vier grondbeginselen zodat u kunt beredeneren wat u eigenlijk al op uw klompen aanvoelt: wat recht is en wat niet.
(De) Vier Grondbeginselen
Beginsel 1: Iedereen is gelijkwaardig.
Niemand is de baas, iedereen is zijn eigen baas dus gelijkwaardig. U bent uw eigen baas, u bent eigenaar van uzelf. Een ander is niet uw baas en ook geen eigenaar van uw leven, of wat u met dat leven doet. U bent vrij geboren en degene die inbreuk op die vrijheid wil maken zal moeten aantonen dat hij daartoe het recht heeft. (grondrechten)
Beginsel 2: DO NO HARM
Breng geen (fysieke) schade toe aan een ander of zijn eigendom.
Dit is de basis van ons strafrecht. U mag alleen dingen doen die onschadelijk zijn voor een ander – uw vrijheid eindigt waar die van een ander begint. U mag de fysieke vrijheid van een ander dus niet inperken. En zo komen we op het volgende punt.
Beginsel 3: U mag zichzelf beschermen
Wanneer een ander u aanvalt, dan mag u de vrijheid van die ander inperken en hem zelfs in het geval van nood uitschakelen, maar dan moet die ander wel aantoonbaar en bewijsbaar een (fysiek) gevaar voor u zijn of van plan zijn om u (of uw eigendom) fysiek te schaden.
En u bent alleen bevoegd tot defensief geweld.
Belangrijke aspecten bij de beoordeling of uw geweld gerechtvaardigd is, zijn 1. noodzakelijk, 2. proportioneel, 3. effectief en 4. heeft u gekozen voor de minst schadelijke oplossing. (strafrecht en bestuursrecht)
U mag zichzelf beschermen en die bevoegdheid kunt u dus overdragen aan bijvoorbeeld politiemensen, maar je kunt ook een veiligheidsdienst inhuren. De bevoegdheid tot defensief geweld kan je dus mandateren.
Even ter herinnering als u iemand mandateert – bevoegdheden geeft – om namens u op te treden, klusjes te doen en zaken te regelen dan mag die man of vrouw niemand daarbij schaden, ook niet als hij minister is, of agent, of wat dan ook.
Hoe zit het dan als de politie de orde moet handhaven? Dan mag het natuurlijk alleen als het defensief geweld is, want U bent alleen bevoegd tot defensief geweld en dat geldt dus ook voor de overheid en ook voor de politieman. De politie ontleent haar bevoegdheid aan het mandaat dat u verleent. U bent alleen bevoegd tot defensief geweld en dat geldt dus ook voor de politie.
Beginsel 4: U mag met een ander alles afspreken wat u beiden maar willen.
U kunt alles met een ander, in vrijheid, afspreken wat u wilt. Als u met een ander (of anderen) in vrijheid en goed geinformeerd een afspraak maakt, dan strekt zo’n overeenkomst partijen tot wet: ik spreek wat met u af dan moeten u en ik me daaraan houden. LET OP ! U kunt geen afspraken maken voor een ander. (contractrecht)
We kunnen dus niet met zijn tweeën afspreken dat een derde die daar misschien niet eens bij aanwezig is of er geen zin in heeft, iets moet doen. Zo simpel geldt dat ook voor de overheid, die mag ook niet van alles afspreken voor een ander. En dat mag ook niet als andere mensen zeggen “dwing ze maar”. Je kan de vrijheid van een ander niet wegstemmen.
U mag alles afspreken met een ander, maar u mag geen afspraak maken voor een ander, tenzij… die ander daar toestemming voor geeft.
Conclusie: Zo simpel is het, maar dat wist u ook al.
Daarom is het zo belangrijk om de overheid te laten weten wanneer u iets niet bevalt, want “wie zwijgt stem toe”.
Wij wensen U de burger, die steeds beter weet wat recht is veel plezier en veel vrijheid. Meedoen aan de samenleving in vrijheid was nog nooit zo leuk.
Tijdens een corona demonstratie wordt een accordeonist naar zijn ID gevraagd. Als hij die niet toont wordt hij meegenomen. Was de politie bevoegd om deze vreedzame man die zijn goddelijke zelf stond te zijn te vragen naar zijn ID ?